Sommige klussen in de woning, zoals witten, behangen en schilderen, keren regelmatig terug. Andere werkzaamheden zijn bedoeld om langer plezier van te hebben. Denk bijvoorbeeld aan het betegelen van vloeren, het leggen van parket of het aanbrengen van een houten of kunststof betimmering tegen een muur of een plafond. Over het uitvoeren van zulke werkzaamheden geven wij u graag wat tips.
Er bestaan in principe twee soorten parket: zwevend of gelijmd op de ondergrond. Tot de eerste categorie behoort het populaire lamelparket, met een toplaag van hout, kurk of kunststof (laminaat).
De lamellen zijn rondom voorzien van mes en groef. De tweede categorie bestaat uit massief houten mozaïekparket en kurkvloertegels. Beide soorten zijn alleen geschikt voor droge vertrekken.
Om parket te leggen zijn de volgende gereedschappen voldoende: rolmaat, waterpas, winkelhaak, decoupeerzaag, rondegatenzaag, hamer of rubberen hamer, aanslagklosjes.
Zorg voor een vlakke, schone, droge ondergrond zonder beschadigingen. Verwijder de plinten. Een houten vloer mag niet veren. Zijn er veel oneffenheden in de vloer, breng dan eerst spaanplaten aan. Schroef deze vast in halfsteensverband of diagonaal, 1 cm. uit de wand en met een onderlinge afstand van 5 mm.
Alleen voor een zwevend parket bedekt u een betonnen vloer met bouwfolie, die u tegen de zijwand op plinthoogte vastzet. Plak de naden af met aluminiumtape. Onder een zwevend parket legt u , zowel bij hout als beton, een isolerend ondertapijt. Haal het parket minimaal twee etmalen in huis voordat u het gaat verwerken. Het materiaal kan zich dan aanpassen aan de omgevingstemperatuur en vochtigheidsgraad.
Het makkelijkste is om de lamellen in de lengterichting te leggen, dan lijkt bovendien uw kamer het ruimst. Plaats overal tussen de lamellen en muren of deurposten 1 cm. dikke stelblokjes, omdat een parketvloer kan krimpen, maar ook uitzetten. Naderhand verwijdert u de blokjes. Meng de lamellen van verschillende pakken voor een mooiere kleurstructuur.
Begin in de hoek met de meeste lichtval. Leg de eerste baan uit met de groef naar de muur en zaag het laatste deel op maat. Doe dat ook met de tweede baan. Omdat de lamellen in halfsteensverband moeten worden gelegd, begint u telkens met het reststuk van de vorige baan, als dit tenminste 30 cm of langer is. Met deze twee proefbanen, die over de gehele lengte naadloos en dus recht op elkaar moeten aansluiten, controleert u of ook de wand recht is. Een gespannen touwtje kan als hulpmiddel dienen.
Wandafwijkingen neemt u over op de eerste baan. Pas dan lijmt u de twee banen met houtlijm - niet teveel - aan elkaar. Sla de parketdelen vast met hamer en aanslagklosjes. Maak vervolgens baan voor baan de vloer af. Houten lamellen zaagt u met de decoupeerzaag, de parketkant boven. Voor kunststof gebruikt u een ijzerzaagje in de decoupeerzaag. Bij verwarmingsbuizen zaagt u eerst ronde gaten. Zaag hierna de lamel recht door het hart van de gaten af. Schuif de lamel aan en lijm het losse stuk vast vanaf de muurkant.
Mozaïekparket en kurkvloertegels lijmt u direct op de ondergrond met respectievelijk parketlijm of kurklijm. Begin in het midden van de ruimte. Span in lengte- en breedterichting twee touwtjes die elkaar haaks kruisen. Leg de eerste rij tegels in de breedte exact langs het touw. Breng steeds lijm voor twee tegels tegelijk aan. Tik de tegels vast met de rubberen hamer. Zaag de pastegels op maat en houd bij de wand 10 cm tussenruimte. Maak de vloer af en gun de lijm 24 uur droogtijd.
Verwijder de houten blokjes en breng plinten aan. Sommige typen kunt u lijmen, andere bevestigt u met clips. Veel parketsoorten, in ieder geval de lamellen, zijn al gelakt en hebben geen extra nabewerking nodig. Zoniet, dan schuurt u ongelakt mozaïekparket licht voordat u tenminste vier lagen vloerlak aanbrengt. Kurktegels lakt u af met minstens drie lagen kurklak. Elke laag moet twee uur drogen. Overigens is het bij parketvloeren die langer zijn dan 12 of breder dan 6 meter verstandig een bewegingsvoeg aan te brengen. Hiervoor bestaan speciale profielen. Die zijn ook aan te raden bij het doorleggen via een deuropening naar een aangrenzend vertrek en bij overgangen naar bijvoorbeeld plavuizen of tapijt.