‘Met een Woonplus-bril kijken we naar onze stad’

Eigenlijk zouden ze graag blijven meedenken, maar hun twee termijnen bij het Adviesforum zitten erop. Schiedammers Marjo Stijns, Theo van Giezen en Radboud Sinnecker nemen eind mei afscheid. Tevreden blikken zij terug. ‘De plus van Woonplus is steeds zichtbaarder geworden. Daar hebben wij een steentje aan kunnen bijdragen.’

Radboud, Theo en Marjo hadden acht jaar geleden ongeveer dezelfde motivatie om lid te worden van het Adviesforum. Ze houden van onze stad én leveren graag een maatschappelijke bijdrage, elk vanuit zijn of haar eigen achtergrond. Radboud werkte onder andere bij een adviesbureau dat ziekenhuizen en woonwijken ontwikkelde, Theo bekleedde jarenlang onderwijsfuncties en Marjo was actief in de jeugdhulpverlening en emancipatiezaken. ‘Ieder van ons bracht zijn eigen ervaring in. Voor mij was het belangrijk niet alleen over stenen te praten, maar vooral over de mensen’, licht Marjo toe.

Onbevangen vragen stellen
Over de rol die het Adviesforum vervult, zijn de drie leden het eens. Het gaat om kritische vragen stellen, meedenken en reflecteren. Theo: ‘In het begin schreven we schriftelijke adviezen, maar daar zijn we van afgestapt. We voeren nu met directeur-bestuurder Emile Klep en medewerkers een open gesprek over het thema dat op die vergadering centraal staat, bijvoorbeeld Wonen en zorg, Duurzaamheid of Vastgoed. Ik ben echt onder de indruk hoe medewerkers zo’n thema inleiden met een presentatie. Wij kunnen daarna onbevangen vragen stellen.’
Radboud vult aan: ‘We waarderen die openheid zeer. Bijzonder is het eigenaarschap en de bevlogenheid van medewerkers. Dat geeft ons vertrouwen in de ontwikkeling van Woonplus.’

Afspraken met scholen
Hoewel zij een klein radartje waren in die ontwikkeling, vinden de leden dat zij een waardevolle bijdrage konden leveren. Zo is Radboud blij met de richting van de verduurzaming. ‘Ons advies is ooit geweest: ga vooral van het gas af, maar zorg ook voor het isoleren van woningen. Ik zie dat Woonplus nu duidelijk kiest voor verbetering van het isolatieprogramma. Erg positief.’
Volgens Theo is de inbreng vaak praktisch. ‘We nemen allemaal ons netwerk mee. Zo tipte een van de andere leden van het Adviesforum Woonplus om bij scholen in Groenoord de ouderavonden te benutten voor voorlichting.’
Dat Woonplus zich meer openstelt, vindt Marjo een grote plus. ‘Wij adviseerden om de jeugd via stages kennis te laten maken met de organisatie. Dat zie ik nu gebeuren. Woonplus heeft afspraken met basisscholen, komt in de buurthuizen en neemt overal deel aan wijkoverleggen. Emile zet onder alle samenwerkingsprojecten in Schiedam zijn handtekening. Dat straalt uit: wij doen mee. Daar ben ik echt trots op. Samen moeten we onze mooie stad beter maken.’

Nog werk te verzetten
Dat gebeurt nu al volop. Radboud, Theo en Marjo noemen de Wiltonflats, Nieuwe Energie voor Groenoord en In de Buurttuin als prachtige voorbeelden van vooruitgang. Maar er is nog veel werk te verzetten, ziet Radboud. ‘In sommige buurten is er sprake van drugs, prostitutie, overbewoning en sociale armoede. Het is nodig om de gemeenschapszin te versterken.’
Woonplus kan dat natuurlijk niet alleen. Het vraagt om intensieve samenwerking met zorg- en welzijnsinstellingen, politie en scholen. En natuurlijk met de belangrijkste partner: gemeente Schiedam. ‘De gemeente kan blij zijn met Woonplus, die zo’n belangrijke rol speelt in de wijkontwikkeling’, menen Theo en Radboud.

Welkom voelen bij Woonplus
Helder is dat de drie vertrekkende leden zich in die acht jaar een deel van de organisatie zijn gaan voelen. ‘Als ik in de stad iemand Woonplus hoor noemen - positief of negatief - dan luister ik mee’, vertelt Theo. ‘Zo vertelde een kennis dat ze direct nieuwe sloten had gekregen toen haar sleutel was gestolen. Zij was laaiend enthousiast over de snelle inzet.’
Marjo herkent dat. ‘Bij alles wat er gebeurt in de stad, heb ik de Woonplus-bril op. Dat zal ook na ons afscheid zo blijven. Ik hoop dat onze opvolgers zich net zo betrokken en even welkom voelen bij Woonplus als wij. Jong en oud nodigen wij uit om te solliciteren op deze mooie functie.’